Liberalisering in Nederland
De liberalisering van de aardgasmarkt door de Europese Unie plaatste de lidstaten voor een nieuwe uitdaging: een geleidelijke omzetting van de Europese richtlijnen in nationale regelgeving. Het doel is een vrije, concurrerende en efficientere Europese markt te scheppen. In Nederland betekende dit de opsplitsing van het vertrouwde Gasunie-monopolie. Het aardgasnetwerk is ondergebracht in het infrastructuurbedrijf Gasunie (GasTransport Services) en de handelsactiviteiten zijn onafhankelijk gemaakt in het leveringsbedrijf GasTerra. Verder kunnen de grote industrieën sinds 2002 ook andere leveranciers, bijvoorbeeld Distrigas, kiezen. Ook zijn er handelsbeurzen gekomen, waar partijen anoniem via de beurs als tussenpersoon gascontracten kunnen afsluiten. ( APX, Zeebrugge, TTF). Het TTF ( Title Transfer Facility) is het handelsplatform van GTS (Gas Transport Services B.V., 100 procent dochter van gasinfrastructuurbedrijf Gasunie).
De principes
De liberalisering van de Europese aardgasmarkt betekende een ingrijpende omwenteling,die moet leiden tot vrije concurrentie. De liberalisering werd vastgelegd in de richtlijnen van 22 juni 1998 en heeft zich in verschillende fasen voltrokken. In iedere EU-lidstaat was de uitgangssituatie anders en dus zijn ook de marsroutes naar een vrije gasmarkt verschillend gebleken. In Nederland is de opsplitsing van de monopolist Gasunie een belangrijke doorbraak geweest. Verder is er ook, naast gashandelspartijen zoals Distrigas, andere (inter)nationale energieproductie- en distributiebedrijven en financiële partijen in Nederland op de APX-gasbeurs actief www.apx.nl.
Waarom deze hervorming?
De vrijmaking van de gasmarkt maakt deel uit van een globaal streven om vrije concurrentie toe te laten op de markten voor energieproductie en verkoop, dit met het oog op een sterkere Europese eenheidsmarkt. De liberalisering zorgt voor een verplichte juridische scheiding van productie, transport, distributie en verkoop van aardgas. Op de geliberaliseerde markt kunnen klanten dus vrij hun energieleverancier kiezen: dit houdt in dat meerdere leveranciers van dezelfde transport- en distributienetten gebruikmaken.
In Nederland
In Nederland heeft sinds de ontdekking van de aardgasbel bij Slochteren in Groningen het monopolistische staatsbedrijf Gasunie de gasvoorziening geregeld. Ook op Europees niveaus is Gasunie een grote speler geweest die in circa 20 procent van de Europese vraag voorziet. Lange tijd was er fors verzet tegen de opkomende marktwerking, maar uiteindelijk gingen het bedrijf, de Nederlandse overheid en de oliemaatschappijen Shell en Exxon over tot opsplitsing. De liberalisering moet de afnemer meer kwaliteit, service en verhoudingsgewijs lagere kosten opleveren. Dat vraagt van de leveranciers een extra inspanning om hun afnemers te behouden.
Vanaf 1 januari 2002 zijn alle grootverbruikers vrij hun eigen gasleverancier te kiezen. De energietoezichthouder DTe vindt dat deze groep afnemers een voldoende sterke onderhandelingspositie heeft en oefent daarom geen controle meer over uit de tarieven in dit marktsegment. Veranderen van leverancier is voor hen een rationeel en professioneel inkoopsproces. Een afnemer is grootverbruiker als de klant meer dan 170.000 m³ verbruikt.
Vanaf 1 juli 2004 hebben ook de kleinverbruikers keuzevrijheid. Iedere afnemer die minder dan 170.000 m³ verbruikt, valt in de categorie kleinverbruikers. De toezichthouder DTe ziet erop toe dat de energieleveranciers zich aan de spelregels houden en beschermt zo de consument. De kleinverbruikers zijn vaak nog zeer afwachtend in hun 'switch'-gedrag.
De gasmarkt in Nederland is sinds 1 juli 2004 volledig geliberaliseerd.