In Nederland heeft sinds de ontdekking van de aardgasbel bij Slochteren in Groningen het monopolistische staatsbedrijf Gasunie de gasvoorziening geregeld. Ook op Europees niveaus is Gasunie een grote speler geweest die in circa 20 procent van de Europese vraag voorziet. Lange tijd was er fors verzet tegen de opkomende marktwerking, maar uiteindelijk gingen het bedrijf, de Nederlandse overheid en de oliemaatschappijen Shell en Exxon over tot opsplitsing. De liberalisering moet de afnemer meer kwaliteit, service en verhoudingsgewijs lagere kosten opleveren. Dat vraagt van de leveranciers een extra inspanning om hun afnemers te behouden. Vanaf 1 januari 2002 zijn alle grootverbruikers vrij hun eigen gasleverancier te kiezen. De energietoezichthouder DTe vindt dat deze groep afnemers een voldoende sterke onderhandelingspositie heeft en oefent daarom geen controle meer over uit de tarieven in dit marktsegment. Veranderen van leverancier is voor hen een rationeel en professioneel inkoopsproces. Een afnemer is grootverbruiker als de klant meer dan 170.000 m³ verbruikt.
Vanaf 1 juli 2004 hebben ook de kleinverbruikers keuzevrijheid. Iedere afnemer die minder dan 170.000 m³ verbruikt, valt in de categorie kleinverbruikers. De toezichthouder DTe ziet erop toe dat de energieleveranciers zich aan de spelregels houden en beschermt zo de consument. De kleinverbruikers zijn vaak nog zeer afwachtend in hun 'switch'-gedrag.
De gasmarkt in Nederland is sinds 1 juli 2004 volledig geliberaliseerd. |